Afbeelding van TheAndrasBarta via Pixabay
Een Centre for Vocational Excellence is geen project maar een beweging
Hoe zorg je ervoor dat samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en overheden niet stopt wanneer een subsidieproject afloopt? Volgens Boudewijn Grievink ligt het antwoord in sterke regionale ecosystemen, wederkerige netwerken en internationale kennisuitwisseling. Een Centre of Vocational Excellence (CoVE) is geen project, maar een beweging.
De Europese Centres of Vocational Excellence (CoVE’s) willen beroepsonderwijs, arbeidsmarkt en innovatie dichter bij elkaar brengen. Boudewijn Grievink, verantwoordelijk voor de internationale activiteiten van Katapult en het Platform Talent voor Technologie, bouwt al jarenlang aan zulke samenwerkingen. Zijn ervaring leert dat duurzame verandering niet ontstaat door één project, maar door ecosystemen die blijven groeien, ook nadat de financiering stopt.
Van project naar ecosysteem
De wortels van Katapult liggen in Nederlandse initiatieven die vanaf 2012 beroepsonderwijs, bedrijven en regionale overheden nauwer met elkaar wilden verbinden. Wat begon met een vijftiental publiek-private samenwerkingen groeide ondertussen uit tot een netwerk van meer dan zeshonderd samenwerkingsverbanden. De succesfactor? Niet telkens opnieuw uitvinden wat elders al werkt, maar leren van elkaar en kennis delen binnen een community.
Volgens Grievink draait een sterk netwerk om wederkerigheid. Projectleiders helpen elkaar via peer reviews, delen ervaringen en zoeken samen oplossingen voor uitdagingen. De jaarlijkse Katapultdag brengt honderden partners samen om kennis uit te wisselen en resultaten zichtbaar te maken. Dit jaar stond die in het thema van Samen Slimmer Werken.
Ook de financiering speelt een belangrijke rol. In Nederland droeg de overheid vanaf het begin slechts een deel van de kosten. Bedrijven, onderwijsinstellingen en regionale partners moesten eveneens investeren. Dat zorgde ervoor dat alle betrokkenen zich echt eigenaar voelden van de samenwerking. Ongeveer 70 procent van de projecten zet activiteiten voort nadat de subsidie is afgelopen.
Groeien vanuit regionale sterktes
Een publiek-private samenwerking ontstaat zelden vanuit een volledig uitgetekend plan. Ze groeit stap voor stap. De Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht bijvoorbeeld begon als een omgeving waar bedrijven innovaties konden ontwikkelen en groeide uit tot een leeromgeving waarin studenten kunnen oefenen met dezelfde technologieën die in bedrijven worden gebruikt. Later kwamen daar toepassingen voor levenslang leren, start-ups en digitalisering bij.
Een gelijkaardig verhaal is te vinden bij de Watercampus in Leeuwarden. Daar werken meer dan driehonderd bedrijven en kennisinstellingen samen rond watertechnologie. Studenten, onderzoekers en bedrijven maken gebruik van dezelfde infrastructuur, waardoor onderwijs, onderzoek en innovatie elkaar versterken.
De meerwaarde van internationale samenwerking
Toen de Europese Commissie in 2019 startte met de CoVE-pilootprojecten, herkende Katapult meteen de gelijkenissen met de Nederlandse aanpak. Het grote verschil was de internationale dimensie. Regio’s uit verschillende landen blijken vaak met dezelfde uitdagingen en economische specialisaties bezig te zijn.
Voor veel partners vormt een CoVE de volgende stap in hun ontwikkeling. Regionale samenwerkingen gebruiken een CoVE niet als doel op zich, maar als instrument om hun netwerk internationaal uit te breiden. Door kennis, faciliteiten, docenten en curricula te delen, ontstaat meer impact dan wanneer elk project afzonderlijk werkt.
Dat was bijvoorbeeld ook het geval bij T-shore, een Europees netwerk dat zich toelegt op het harmoniseren van beroepsopleidingen in de offshore windsector. T-shore verbindt regionale CoVE’s in heel Europa om het onderwijs af te stemmen op de veranderende behoeften van de offshore windindustrie.
Niet elk internationaal doel vraagt een CoVE
Europese projectaanvragen vragen echter veel tijd en de slaagkansen zijn beperkt. Daarom is het belangrijk eerst te bepalen wat je als organisatie internationaal wil bereiken. Soms is een CoVE het juiste instrument, maar even goed kunnen Erasmus+, Interreg Horizon of informele partnerschappen de juiste weg zijn. Dat was ook het geval bij PoVE Water. Andere regio’s die eerder niet in het project zaten, haakten aan bij het netwerk. Studenten van de verschillende landen worden heen en weer gestuurd. Voor een deel wordt dat gefinancierd vanuit mobiliteiten van Erasmus+ van de eigen instelling. En bijvoorbeeld in Frankrijk kan een Campus des Métiers et des Qualifications een nationale subsidie inzetten voor een aantal activiteiten.
Een community van en voor de praktijk
Samen met partners uit CoVE’s van verschillende landen groeide een Europese Community of Practice CopCoVE uit tot een netwerk van tientallen projecten. De community draait op de inzet van haar leden en stimuleert kennisdeling, samenwerking en wederzijdse ondersteuning.
De kracht van de matchmaker
Een van de belangrijkste functies binnen zulke netwerken is die van matchmaker. Door mensen en organisaties met dezelfde ambities met elkaar te verbinden, ontstaan nieuwe kansen voor samenwerking. Stel dat een organisatie een partner zoekt rond watertechnologie, duurzame energie of landbouw. Wanneer je weet welke organisaties en regio’s met hetzelfde onderwerp bezig zijn, kun je veel sneller de juiste mensen bij elkaar brengen.
Daarom is de netwerkkaart waarop initiatieven zichtbaar worden zo belangrijk. Het probleem is vaak niet dat er geen relevante expertise bestaat. Het probleem is dat mensen niet weten waar die expertise zit. Als die verbinding eenmaal is gemaakt, kunnen organisaties zelf bekijken of ze inhoudelijk verder willen samenwerken.
Wat blijft er over als het project stopt?
De echte test komt wanneer de financiering stopt. Succesvolle CoVE-netwerken blijven bestaan doordat partners het eigenaarschap opnemen, nieuwe initiatieven ontwikkelen en blijven investeren in relaties. Regelmatige ontmoetingen, zowel online als fysiek, zorgen ervoor dat contacten levend blijven. Zowel bij PoVE Water als het European Platform for Urban Greening EPLUG is de oorspronkelijke projectperiode afgelopen, maar de netwerken bestaan nog steeds. Vanuit EPLUG zijn bijvoorbeeld verschillende spin-offprojecten ontstaan.
Vertrouwen als belangrijkste resultaat
De grootste opbrengst van een CoVE is uiteindelijk niet de subsidie of de infrastructuur, maar het vertrouwen dat tussen partners ontstaat. Projectgeld brengt mensen samen, maar de echte waarde zit in de contacten, kennis en samenwerking die daarna blijven voortbestaan. Daarom kan een CoVE het best worden gezien als een beweging die blijft groeien, lang nadat het oorspronkelijke project is afgerond.
Bron: dit artikel kwam tot stand na een gesprek met Boudewijn Grievink van Katapult vzw.
Katapult is een netwerk van meer dan 600 samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en bedrijfsleven. Doelstelling is om de samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en maatschappij te verbeteren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door professionals uit het bedrijfsleven die lessen verzorgen. Of door studenten die tijdens hun opleiding onderzoek doen voor een mkb-bedrijf (kmo). Er nemen inmiddels 149.000 studenten, 39.000 bedrijven en 18.000 docenten deel aan deze samenwerkingsverbanden.
De projectorganisatie van Katapult is non-profit en ondergebracht bij Stichting Platform Talent voor Technologie. Katapult wordt ondersteund door de overheid.
Pieter Moerman legt in deze korte video uit wat Katapult precies is en wat het voor andere organisaties kan betekenen.


De Europese Commissie moedigt iedereen, ook volwassenen, aan om (levenslang) te leren. De Europese onderwijsruimte wil de drempels om te leren voor iedereen wegnemen en de kwaliteit van onderwijs en leren verbeteren. Daarvoor neemt ze