Europese nationale coördinatoren bespreken beleid levenslang leren in Brussel

Op 24 september 2026 kwamen de Nationale Coördinatoren voor Volwasseneneducatie (NCAL) bijeen in Brussel om recente Europese beleidsontwikkelingen, initiatieven rond levenslang leren en mogelijkheden voor een sterkere samenwerking tussen de lidstaten te bespreken. 

De bijeenkomst richtte zich op de vraag hoe Europese beleidsmaatregelen en programma’s systemen voor volwasseneneducatie kunnen ondersteunen en burgers kunnen helpen de vaardigheden te verwerven die nodig zijn in een snel veranderende arbeidsmarkt.

Een van de belangrijkste thema’s was de uitvoering van het initiatief Union of Skills. De visie achter de Union of Skills is dat iedereen in Europa de kans moet krijgen om relevante vaardigheden te ontwikkelen, dat ondernemingen toegang moeten hebben tot werknemers met de juiste competenties en dat vaardigheden en kwalificaties transparant, betrouwbaar en grensoverschrijdend erkend moeten worden. De deelnemers vernamen dat ongeveer twee derde van de geplande acties inmiddels is opgestart. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt op het vlak van de Individuele Leerrekeningen (Individual Learning Accounts – ILA’s): ongeveer de helft van de lidstaten heeft dergelijke systemen al ingevoerd, getest of verkend. Daarnaast kwam de Skills Guarantee Pilot aan bod, die zes projecten financiert om werknemers te ondersteunen bij de overstap van krimpsectoren naar sectoren met groeiende werkgelegenheid. Ook werd toegelicht dat de Net-Zero Industry Academies voor batterijen, zonne-energie en kritieke grondstoffen reeds operationeel zijn, terwijl academies voor waterstof- en windenergie naar verwachting in 2026 van start gaan. Een belangrijke boodschap was het belang van een sterke koppeling tussen Europese initiatieven en nationale prioriteiten en investeringen op het gebied van volwasseneneducatie.

Een andere belangrijke beleidsontwikkeling betrof de Skills Portability Act, die op 15 september 2026 werd aangenomen als onderdeel van het pakket voor eerlijke arbeidsmobiliteit (Fair Labour Mobility Package). Dit pakket vertrekt vanuit het principe dat burgers die zich binnen de Europese Unie verplaatsen, hun sociale rechten moeten kunnen behouden, dat hun talenten erkend moeten worden en dat ondernemingen ondersteund moeten worden. In de praktijk bestaan er echter nog steeds belangrijke belemmeringen. Het begrijpen, vergelijken en verifiëren van kwalificaties die in een andere lidstaat zijn behaald, blijft vaak complex. Papieren diploma’s en versnipperde digitale systemen zijn nog steeds gangbaar, terwijl erkenningsprocedures vaak traag, kostelijk en afhankelijk van beëdigde vertalingen zijn. Kandidaten worden momenteel geconfronteerd met 27 verschillende erkenningssystemen, waarbij vaak meerdere bevoegde instanties betrokken zijn. Dit maakt de procedures tijdrovend en administratief belastend.

De Skills Portability Act heeft als doel de erkenning van vaardigheden en kwalificaties in Europa eenvoudiger, sneller en transparanter te maken. Het beleid omvat drie belangrijke actielijnen: de uitvoering van de Skills Portability Act zelf, de modernisering van de procedures voor de erkenning van beroepskwalificaties van EU-burgers en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees kader voor de erkenning van kwalificaties die buiten de Europese Unie werden behaald. Samen moeten deze maatregelen de mobiliteit van werknemers en hun participatie op de arbeidsmarkt bevorderen.

Concreet zal de wetgeving Europese procedureregels invoeren voor de erkenning van diploma’s van niet-EU-burgers. Europese instanties voor kwaliteitszorg zullen opleidingsprogramma’s uit derde landen toetsen aan Europese normen voor prioritaire beroepen zoals artsen, verpleegkundigen, tandartsen, vroedvrouwen, dierenartsen, apothekers en architecten. Dit kan leiden tot een automatische erkenning van kwalificaties die aan de vereiste kwaliteitsstandaarden voldoen. Daarnaast zal de Europese Commissie de lidstaten ondersteunen met een niet-bindende adviesdienst voor de controle van de authenticiteit van diploma’s. 

Medegefinancierd door de Europese Unie

De uiteindelijke erkenningsbeslissingen blijven echter de verantwoordelijkheid van de nationale autoriteiten. Belangrijk is dat het Europese kader zich uitsluitend richt op de erkenningsprocedure en geen impact heeft op nationale regelgeving inzake gereglementeerde beroepen, migratiebeleid of toelatingsquota. De bijeenkomst omvatte ook een actualisering over Erasmus+. De deelname van volwassen lerenden en de beschikbare middelen blijven toenemen, wat het groeiende belang van het programma voor levenslang leren bevestigt. Tegelijkertijd overstijgt de vraag naar samenwerkingsprojecten momenteel de beschikbare financiering. De deelnemers werden eraan herinnerd dat Erasmus+ een sleutelrol speelt bij het versterken van onderwijs en vaardigheden in Europa door mobiliteit, samenwerking en inclusie te bevorderen. De ambitie van het programma is dat iedereen minstens één keer in zijn of haar leven kan deelnemen aan een Erasmus+-ervaring, als leerling, student, cursist beroepsonderwijs, volwassen lerende, vrijwilliger of deelnemer aan bij- en omscholingsactiviteiten. Ook de deelname van het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland aan Erasmus+ werd onder de aandacht gebracht.

Een aparte sessie stond in het teken van het centraal plaatsen van de volwassen lerende in beleid en praktijk. Daarbij werd het belang benadrukt van kwaliteitsvolle loopbaanbegeleiding en van leeromgevingen die voor burgers gemakkelijk toegankelijk en navigeerbaar zijn. Verwezen werd naar het Cedefop-kader en de richtsnoeren voor Levenslange Loopbaanbegeleiding, die inclusie, gemeenschapsgericht leren en outreach bevorderen. Levenslange loopbaanbegeleiding werd omschreven als een continu proces dat mensen helpt hun talenten en ambities te identificeren, geïnformeerde keuzes te maken over leren en werken, en hun loopbaan gedurende hun hele leven actief te beheren. Daarnaast werd benadrukt dat een nauwere samenwerking tussen arbeidsbemiddelingsdiensten, onderwijs- en opleidingsverstrekkers, begeleidingsdiensten en sociale partners essentieel is om lerenden optimaal te ondersteunen. Ook de bijdrage van het netwerk van publieke arbeidsbemiddelingsdiensten (Public Employment Services – PES) aan een inclusieve en responsieve arbeidsmarkt kwam aan bod.

De groep besprak eveneens het Renewed Pact for Skills, dat tot doel heeft de impact en schaal van competentieontwikkeling in Europa aanzienlijk te vergroten. Inmiddels telt het pact meer dan 4.000 leden en bereikt het ongeveer 10 miljoen mensen via grootschalige en regionale partnerschappen. Tegen 2030 wil het initiatief bijdragen aan de bijscholing van 25 miljoen werknemers en de deelnemende organisaties aanmoedigen hun engagementen inzake competentieontwikkeling minstens te verdubbelen. De Nationale Coördinatoren werden aangemoedigd om actief samen te werken met het netwerk van Nationale Contactpunten om de impact van het pact verder te versterken.

Conclusie

De bijeenkomst bevestigde de blijvende inzet van de Europese Unie voor het versterken van volwasseneneducatie, competentieontwikkeling en levenslang leren. Via initiatieven zoals de Union of Skills, de Skills Portability Act, Erasmus+, versterkte loopbaanbegeleiding en het Pact for Skills worden lidstaten aangemoedigd om inclusieve, flexibele en toekomstgerichte leeromgevingen uit te bouwen die burgers gedurende hun volledige levensloop ondersteunen. De besprekingen onderstreepten daarnaast het belang van samenwerking, innovatie en investeringen om ervoor te zorgen dat Europeanen beschikken over de vaardigheden die nodig zijn om succesvol te functioneren in een voortdurend veranderende economische en maatschappelijke context.